• Veel sneeuw op Oudjaar, veel hooi in 't nieuwe jaar.
  • Zijn er in december veel mollen, dan laat de winter met zich sollen.
  • December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
  • December vol met mist, goud in de kist.
  • Donder in decembermaand, belooft veel wind in 't jaar aanstaand.
  • Met de decembermaand is het jaar weer uit, gelukkig wiens balans goed sluit.
  • Als met Kertsmis de muggen zwermen, kunt ge met Pasen uw oren wermen (warmen)
  • December veranderlijk en zacht, is een winter is een winter zonder kracht.
  • Blaast de noorderwind met een decembermaan, dan houdt de winter vier maan den aan.
  • Decemberregen is geen zegen.
  • Op een droge december, volgt een droog voorjaar, en een droge zomer.
  • Brengt St. Eligius(1), de eerste dooi?, begint het echter op die dag te vriezen, dan krijgen we vier weken vorst voor de kiezen.
  • St. Barbara(4) gaat graag in een wit kleed naar het bal.
  • Brengt St. Nicolaas(6) ijs, dan brengt de Kerstman regen.
  • St. Ambroos(7), patroon van de bijen, en de spreewen, houdt van waaien en van sneeuwen.
  • Als met St. Thomas(21) de dagen gaan lengen, beginnen de nachten te strengen.
  • December sluit het jaar en komt met niets dan kwaad op het leste, Trek warme kleren aan, dat is voor elk een het beste.
  • December sluit het jaar, maar opent de winter.
  • Heeft men in de winter slechts vorst en slijk, dan worden de dokters rijk.
  • Komen de kraanvogels aangevlogen, komt ook de winter aangetogen.
  • Koude december en vruchtbaar jaar, waren steeds verenigbaar.
  • Blijft december donker, wordt het boerke een jonker,
  • Als decemberrijp knistert in het gras, komen wanten en oorlappen van pas.
  • December is de koning van de winter.
  • Heldere nacht, vorst verwacht.
  • December veranderlijk en zacht geeft een winter zonder kracht.
  • Zolang de mol vroet, komt er geen vorst.
  • Vroege winters duren nooit lang.
  • Kersttijd, wit, guur en koud, brengt groene pasen, u onthoudt.
  • December uit Noord-Oost brengt de zieken weinig troost.
  • Als er geen winter is, gaat het met de zomer mis.
  • Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.